Ik doe u de misschien verrassende ontboezeming waar mijn fascinatie voor politiek vandaan komt. Zeker nu een passende anekdote, omdat na 20 jaar de schijnwerpers weer eventjes gericht zijn op hem. Het was uitgerekend Pim Fortuyn die mijn interesse wekte. Niet omdat ik we het eens waren, maar omdat ik het spel dat hij speelde, als flamboyante speler tussen uitgebluste mannen, prikkelend en inspirerend vond. Een politicus die theater maakte. Machtig interessant. Met open mond keek ik naar de debatten, en werd ik fan van de twee vervelendste figuren die in die campagnetijd rondliepen: Fortuyn zelf en Paul Rosenmöller. Ik mocht voor het eerst stemmen en stemde - diep onder de indruk van de vreselijke moord op Fortuyn - op allebei niet. Ik kleurde het vakje rood van Boris Dittrich, de voorvechter van het homohuwelijk. 

Ik kreeg een vriendje dat hoog in de boom zat bij de VVD. Hij deed mij een lidmaatschap cadeau. De relatie hield geen stand, dat zult u begrijpen. En dat lidmaatschap ook niet, maar dat was nog een kreng om op te zeggen. De ingesproken bandjes van Oom Ivo bleven bellen rond de verkiezingen, ook toen ik mijn opzegging er eindelijk doorheen had. Ik ging als zwevende kiezer door het leven. Maar zo zwevend nou ook weer niet.

De thuishaven van GroenLinks kwam gelukkig snel daarna. Ik las het verkiezingsprogramma en dat was genoeg. Schot in de roos. Ik bestempelde mezelf destijds helemaal niet als bijzonder links, maar dat was ik blijkbaar wel. Ik werd direct lid van de partij, en groot fan van Femke Halsema. Haar humor en haar doortastendheid combineerden mooi met hoe ze haar vrouwzijn durfde in te zetten en met hoe vrijzinnig ze was. Maar dat was het dan ook. Ik volgde als slapend lid de politiek vanaf de bank.

Maar toen ik voor de liefde verhuisde naar Voorburg, borrelde het moment om mijn passieve lidmaatschap om te zetten naar een actieve deelname aan het politieke schouwspel. Ik ging op de koffie bij een bestuursvergadering van de lokale afdeling en voordat ik het wist, liep ik mee met de fractie, kandideerde ik me voor de lijst en vertelde GL-fractievoorzitter Marian Cornelissens trots aan zittende raadsleden dat ik haar sociale portefeuille zou overnemen. Ik zou het stokje van haar overnemen.

En ik had daar zin in. Met Fortuyn, Rosenmöller en Halsema in het achterhoofd, verheugde ik me op de debatten. Op het spel. Ik zag vanaf de tribune hoe Frank Rozenberg van GBLV zich opwond over zijn waslijst met punten van orde, en CDA-wethouder van Ostaijen het vuur aan de schenen legde. Hoe Harma Aris allemaal standpunten verkondigde waarvan ik nog meer zin kreeg om te debatteren, om vervolgens te constateren dat zij ermee stopte. Gelukkig kwam ze vier jaar geleden weer terug. Ik zag hoe onze eigen Marian Cornelissens zich als links boegbeeld boos maakte om de rechtse praatjes van VVD-wethouder Marcel Houtzager. En ik verheugde me erop dat van haar over te nemen.

En acht jaar geleden mocht ik dat doen. En mocht ik het spel spelen. Ik had plezier in de debatten, in het spel. Maar tot mijn eigen verbazing waren het juist de idealen, die dat spel zo waardevol maakten. Ik was blijkbaar toch wat linkser dan ik zelf dacht. Ik maakte me steeds bozer om de verschraling in de culturele sector. Ik maakte me zorgen om het sociaal domein en al het werk dat met de decentralisaties op ons af kwam. Ik maakte me kwaad om het geklungel bij de DSW en bedacht een plannetje om voor de huishoudelijke hulpen in de WMO een koffie-kwartiertje te regelen.

Toen we een half jaar bezig waren, mochten we als klap op de vuurpijl ook plaatsnemen aan de onderhandelingstafel. Voor het eerst in de historie ging GroenLinks besturen. De avond waarop Floor en ik deelnamen aan het bedisselen van de wethoudersportefeuilles is nog steeds één van de highlights van mijn politieke reis.

Want een roerige reis was het. Toen ik één week fractievoorzitter was stond ik als voorstander tegenover een zaal vol tegenstanders van de moskee in de Zijde. In 2015 kreeg de gemeente een verzoek van het COA om een asielzoekerscentrum te huisvesten en mocht ik met mijn linkse idealen op de borst weerstand bieden tegen de luide tegenstand. Nog zo’n highlight. Er vertrok een wethouder, en nog een. Er was crisis in de coalitie. Er was een succesvolle lijmpoging. Er waren avonden en avonden om te vergaderen en brandjes te blussen. En er waren eindelijk verkiezingen.

Maar mijn tweede periode zou het vast veel rustiger worden, dus ik kon nog wel even door. Met een nieuwe fractie en een extra zetel. Bouwen aan een groter GroenLinks. Vers bloed begeleiden. We hadden er weer zin in. Maar rustiger werd het niet. Ook de afgelopen vier jaar waren turbulent. Misschien nog turbulenter. Nog meer crisis. Nog meer stukken. Nog meer onderhandelen. En vergaderen. Digitaal.

Of zoals ik mijn collega’s wel eens uitleg: gemeenteraadslid zijn is de mooiste hondenbaan die er is. Niet terugrekenen wat je er per uur voor krijgt, want dan kun je beter een bijbaan zoeken bij McDonald's. Niet rekenen op vrije avonden, want het is geen sportles, je kunt niet zomaar afzeggen. Niet verwachten dat je applaus krijgt, want er is altijd iemand niet blij met je standpunt. Accepteren dat je stapels stukken moet doorworstelen. Accepteren dat je zelden helemaal je zin krijgt.

Maar een mooi ambt is het. De mooiste hondenbaan. Niet alleen omdat je positieve impact kunt maken op het leven van je buren, van de inwoners van je gemeente. Maar ook omdat de reis leerzaam is en vol met interessante mensen.

Zonder het raadslidmaatschap was ik nooit zo geduldig geweest als nu. Dankzij het raadslidmaatschap heb ik de laatste restjes plankenkoorts weten af te schudden. Het heeft me geleerd dat je best met iemand stevig van mening kunt verschillen, en toch door een deur kunt. Het heeft me geleerd een begroting te lezen. Het heeft me zelfvertrouwen gegeven om door te pakken in mijn werk. En zelfs een beetje goedgemaakt dat ik na mijn gymnasium nooit meer een diploma heb gehaald. Het heeft me inwoners van de gemeente doen ontmoeten, die ik anders misschien wel nooit ontmoet had.

Het heeft mijn idealen aangescherpt. Het heeft me politieke vriendschappen opgeleverd. Met GroenLinksers en met niet-GroenLinksers. Ik ben dankbaar dat ik acht jaar heb mogen bijdragen aan een sociale, groene en inclusieve gemeente, en als beloning dat allemaal heb mogen terugkrijgen.

Ik gun die mooie hondenbaan aan iedereen die aan de reis gaat starten. En ik gun het de mensen die nog niet klaar zijn, en dus doorgaan. Gemeenteraadslid zijn is de mooiste hondenbaan die er is. Geniet ervan. En om in lijn met de historie af te sluiten, doe ik stug een Marian Cornelissens. Lieve Marie-Christine, dankjewel dat je mijn stokje wilde overnemen. Ik ben apetrots.